Nieuwsbrief

Wilt u op de hoogte blijven van dit project, schrijf u dan via onderstaand formulier in voor de nieuwsbrief U ontvangt de nieuwsbrief 3 à 4x per jaar.


Archief »

Expeditie Mozambique
In augustus 2008 is een groep van 24 jongeren uit Bunschoten naar Mozambique afgereisd om een maand te werken binnen het project van Bernadette. Hun belevenissen zijn destijds gepubliceerd in het plaatselijke nieuwsblad "De Bunschoter". Hieronder leest u de destijds geplaatste reisverslagen van Expeditie Mozambique. 

 

 

 

Expeditieleden aangekomen in Blantyre

Na een plezierige en probleemloze reis kwamen we aan in Malawi. Vanaf Johannesburg is Blantyre in Malawi met een lijnvlucht in twee uur te bereiken en vanuit Blantyre is het nog ongeveer 200 km naar Mocuba. Die 200 km reizen we met een busje en dat duurt ongeveer 6 uur. Bernadette Jansen stond klaar toen we rond het middaguur landden op de kleine luchthaven van Blantyre. Tot onze onuitsprekelijke vreugde waren alle rugzakken, megatassen en veel te zware handbagage compleet. Een ontelbare kluwen dragers maakten zich meester van de bagagekarren en de enorme berg bagage en spoedden zich naar het busje dat klaarstond op de parkeerplaats. Wat we ook als een wonder ervoeren,? Dat alle bagage zonder problemen door de douane kwam. Rugzakken vol met schommelhaken, pomponderdelen, gereedschap, koppelstukken, bouten, schroeven, maar ook limonadepoeder, kruiden, bouillonpoeder en allerlei pakjes spaghettimix, chillimix en andere poeders. Enkele slimmerikken hadden de witte zakjes uit de doosjes gehaald en dan moet je maar zien te bewijzen wat voor wit poeder je over de grenzen brengt.

Met 750 kg bagage en veel te veel personen worden we in een busje gepropt. Robert Koelewijn, deskundig op het gebied van zwaartransport twijfelde er ernstig aan of dat goed zou gaan. Met een heel stel vermoeide mensen op elkaar gestapeld reed het busje kreunend door het Malawische landschap. Zware wolken boven een landschap dat vroeger mooi moet zijn geweest. Nu overal huisjes, hutjes, oude fabriekjes, bergen afval hoge muren, krottenbuurten, winkelstalletjes, marktjes. Wat het eerst opvalt zijn de mensen die langs de weg lopen, met tassen, koffers, bakken en manden op hun hoofd. Verder fietsende mensen die hun voertuig gebruiken voor het vervoer van bossen suikerriet, hout, kippen, aardappels rijst en allemaal andere dingen die je bij ons niet aan of op een fiets zult vinden.

Na enkele minuten is de uitgelaten sfeer in de bus omgeslagen. Iedereen die nog niet eerder in Afrika was kijkt nu stilletjes naar buiten. Dit is toch niet normaal? Dit is armoede, moet je die huisjes zien, die kinderen. Kleine kinderen op hun blote voeten in de rommel, hun grotere broertjes en zusje met zware vracht op hun hoofd of achter een stalletje met spullen waar wij nog niet mee op de kleedjesmarkt staan.

Waar zijn we aan begonnen? Hoe moet dat in Mocuba zijn? Loes Hopman legt uit dat Blantyre ons mooi kan helpen om ons voor te bereiden op  Mocuba.

We komen aan in ons hostel en dat blijkt best mee te vallen, er is stromend water, elektriciteit en de kok is niet snel maar wel goed. Vroeg naar bed, gaten in de horren dichtmaken met toiletpapier, malariapillen slikken, insmeren met deet zodat de muggen niet zo bijterig zijn. Met acht tot twaalf personen op een slaapzaal en alle bagage in stapels in de hoeken is het slecht slapen zou je denken, maar na een reis van zo’n 24 uur gaat dat wel. Om negen uur ligt de hele expeditie te ronken.

Zondagochtend weer vroeg op, naar de Presbiterian Church voor een Engelstalige dienst met ds. Schaafsma. Na een stevig ontbijt lopen we in ongeveer een half uur naar de kerk, nagestaard door nagenoeg iedereen. De dienst blijkt niet te worden gehouden in het monumentale gebouw, maar in een soort megakerk op hetzelfde terrein. Verder is de dienst niet in het Engels, is Schaafsma niet aan het woord en er is bevestiging van “pastors”. De gehele classis is daarvoor aanwezig en er zijn afgevaardigden die van heinde en ver zijn gekomen. Iedereen wordt voorgesteld, voor iedereen wordt geapplaudisseerd, alle beschikbare zangkoren zijn gekomen en er is een kleine band die veel lawaai kan maken. We zitten al twee uur in de kerk als de preek begint, een preek waar we in ieder geval niets van begrijpen. Wel lezen ze mee met de bergrede en uit Jesaja 6 vers 6 en 7 over de roeping van Jesaja, dat blijkt de tekst te zijn waarmee de pastors worden weggezonden naar de buitengebieden.

Terug in het hostel doen we het rustig aan, wat eten, drinken en spelletjes doen en om 17.00 uur de gezamenlijke dagsluiting. Vroeg naar bed, want morgen, maandag, vertrekken we om vijf uur naar Mocuba.

  

Maandag 4 augustus

 

Bernadette had het al gezegd, vijf uur kan in Afrika ook best een uur later zijn. Daarom hadden  we de volgende strategie afgesproken, een ploeg van sterke mannen zou even voor vijf uur opstaan samen met Ester Koelewijn die het ontbijt zou verzorgen. Alle bepakking buiten de “handbagage” zou al klaar staan en de pakploeg zou dan de spullen al klaar kunnen zetten. Vijf uur werd inderdaad kwart over zes, maar toen was ook iedereen fris en fruitig klaar om te vertrekken. Maar hoe krijg je 750 kg bagage, 100 kg boodschappen en 26 personen in een busje met 26 plaatsen zonder laadbak?

Douwe zou leiding geven aan de laadploeg die garant moest staan voor het effectief laden van het geheel. Uiteindelijk bleek dat er zes zitplaatsen moesten worden opgeofferd. De stapel achter in het busje was enorm en Robert en Ewout werden aangewezen als “bewakers”. Zij zaten op een geblokkeerde plaats achterin vóór de grote berg bagage. De enige ontsnapping bij een eventueel ongeval was het grote schuifraam.

Na een indrukwekkend en direct gebed van Loes (“Heer dank voor uw zegen, en waakt U alstublieft over ons dat we niet met de hele bus met zoveel mensen en bagage omslaan….)\

vertrokken we. Al na ongeveer een half uur stuitten we op een road block, ijverige agenten controleerden rijbewijs en licentie van het busje en besloten dat er iets met de licentie niet in orde was. Eindeloos wachten met een hele troep nieuwsgierige mensen om ons heen. Zoveel witte gasten hadden ze zeker nog nooit bij elkaar gezien. Uiteindelijk moesten we naar een politiebureau waar het toch nog allemaal goed kwam. Natuurlijk hadden we een uur verspeeld, maar verder ging de reis voorspoedig. De stad uit, door een lange lint van streek bebouwing, en na een uur toch uiteindelijk het “platte land”, een heuvelachtige streek met enorme theeplantages. Bij de grens gekomen werd het spannend, maar de formaliteiten verliepen op een enkele uitzondering na uitstekend.  We zijn in Mozambique!!!!

Wat in Mozambique direct opvalt, het is er schoner dan in Malawi, Bernadette vertelt dat er geen plastic, geen flesjes, geen blikjes langs de weg liggen omdat ze die hier in de streek gewoon niet hebben. Minder welvaart betekent hier dus ook minder rommel.

De weg van de grens naar Mocuba is simpel, Je rijdt rechtdoor en bij de eerste rotonde ga je rechts, er begint dan een zandweg en die rij je af, 200 km. Die zandweg voor ons en voor de chauffeur een beproeving, de ribbels die zijn ontstaan tergen de Toyota tot het uiterste en wij hebben het gevoel dat we op een trilplaat in de fitness zitten. De bagageboys achterin hebben hun handen vol om de schuivende massa tassen in bedwang te houden en ondertussen klinkt de hele stapel in, wat betekent dat voor de spullen die in de tassen zitten, blijven  die heel?

Mozambique intrigeert, de kleine hutjes met rieten dak, de verschillende kleuren klei van de termietenheuvels zorgen ook voor een verschillende kleur van de gedroogde en gebakken stenen waar de hutjes van worden gemaakt. Wat een hutjes, moet je daar in slapen, wonen, eten, kinderen krijgen ongelofelijk. Afrika, dat is warm dachten wij, maar het is hier winter, wij hebben een lange broek aan en een shirt met korte mouwen, voor ons een koude zomerdag, maar zij zitten en liggen op een lemen vloer dus hebben ze dikke jassen aan en mutsen op.

Na ongeveer vier uur van de grens houden we een stop op een kleine markt, de school is net uit en we worden omringd door een massa kinderen die wegspringen als we naar ze toelopen. Ondertussen loopt het hele dorp uit en langzamerhand staan twee groepen mensen elkaar aan te staren. Goed geklede (echt we hadden ons oudste spulletje aan!!!) rijke mensen met brillen en zonnebrillen, schoenen en camera’s met allemaal een colaflesje in de hand (bewust niet meer dan twee, maar toch) tegenover mensen met gescheurde kleren, sommige op blote voeten. De spanning wordt gebroken door de meiden van de groep die de kinderen een hand gaan geven. Ewout gaat met de colahandelaar op de foto, een foto waarbij de koopman op een krat gaat staan om gearmd met hem op de foto te kunnen. Het hele dorp giert het uit en snel daarna verdwijnen we weer in het busje, nagezwaaid door bijna het hele dorp.

Dan gaan de uurtjes zwaar wegen, maar de sfeer blijft opperbest, er wordt gezongen en gelachen en zo nu en dan wordt er wat gegeten van de bananen en appels die we op de kleine markt hadden gekocht.

En dan breekt toch nog onverwacht het glorieuze moment aan waarop Loes en Bernadette beginnen te zingen, “We zijn er bijna…..”en na neen minuut of drie rijden we het terrein op. De hele bus galmt van het “we gaan  nog niet naar huis” en daarna wordt het stiller en stiller wat een terrein! En kijk daar is het schooltje, de schommels, Bernadettes eerste verblijfplaats, de caravan. Nieuwsgierig springen we uit de bus, en we maken kennis met het personeel. We krijgen een rondleiding en gaan al snel daarna eten want om zes uur is het al weer donker. We zoeken onze matjes op, matjes?  Bernadette heeft haar mensen bedden laten maken!!! We hebben een bed. Na de dagsluiting vallen we daarop in de kortste keren in slaap, de spin van 10 cm doorsnee die op de muur bij het gordijntje zit laat ons koud, de klamboe zal ons redden.

  

Dinsdag 5 augustus

 

Zes uur, het is al een uur licht en buiten is het personeel van Bernadette al in de weer met het putten van water. Ik storm naar buiten want ik zou het houtskoolvuur aanmaken voor het koken van theewater. Tot mijn verbazing heeft Eugene, het meisje dat tijdelijk bij Bernadette in huis woont, het vuur al aangestoken. Langzaam scharrelt de één na de ander de veranda op; goed geslapen? Die geluiden gehoord? Zijn jullie ook wakker geworden van….? De veranda is onze vaste ontmoetingsplaats, de ruimte is geplaatst onder het schuine dak van de woning van Bernadette en is rondom afgescheiden met grote horren met gordijnen zodat de muskieten effectief buiten gehouden kunnen worden. Er staan twee grote tafels ment bankjes en een enkele stoel. Langs de wanden zijn houten opbergkisten geplaatst met daarop kussens.

Het ontbijt bestaat uit witte bolletjes besmeerd met aardbeienjam of yum-yum, Afrikaanse pindakaas. Als het over eten gaat is de dag ongeveer als volgt ingedeeld: om half zeven ontbijt, om half tien koffie met een broodje, twaalf uur broodjes met een eenvoudige soep en ten slotte om rond half vijf warm eten. Tussendoortjes zijn er niet, tenzij we die zelf hebben meegebracht, een enkel snoepje en heel soms een stroopwafel want die hebben we mee gebracht. De stroopwafels zijn door de autorit met de stapel inklinkende tassen veranderd in één vaste klont per pakje, maar met geduld kunnen ze wel gescheiden worden.

Iedereen gaat aan het werk en op het grote terrein splitst de grote groep zich in verschillende kleine werkgroepjes. Er zijn verschillende taakgroepen bezig: vlakbij is de put, na het afbreken van de boor, een half jaar geleden, is het werk stil komen te liggen. En bij inspectie blijkt dat er ongeveer twee meter zand boven het boorgat is gekomen. Een aantal sterke knapen gaat aan de slag om de modderpap emmertje voor emmertje boven te krijgen. Later op de dag meldt zich een Mozambiquaanse werkman die op 7 meter diepte zo hard gaat graven dat hij met twee hijsemmers nauwelijks is bij te houden. Ik kijk dit eens aan en besluit mijn mening dat ‘die kerels te lui zijn om te werken” bij te stellen. 

Verderop is een ploeg bezig om de funderingsgaten voor het speeltoestel uit te meten. De speeltoestellen zijn bij de weesjes zeer populair, thuis hebben ze meestal niets en hier kunnen ze heerlijk schommelen. De touwen van de schommels zitten gewoon om de houten palen heen, met als gevolg dat er veel touw verslijt, de schommelhaken hebben we dus niet voor niets meegenomen. Bij het schooltje is een groep bezig om de eerste educatieve figuren met potloodlijntjes uit te tekenen. Het a-b-c met een tekeningetje en een letter, zodat er gemakkelijk geoefend kan worden.

 

 

Expeditie Mozambique gearriveerd in Mocuba

 

Maandag 4 augustus is het expeditieteam gearriveerd in Mocuba bij Osivela wa Jesu (De Liefde van Jezus), de dagopvang van weeskinderen geleid door Bernadette Jansen. De lange reis is zonder noemenswaardige problemen verlopen en dinsdag konden de verschillende werkgroepen al aan de slag. De eerste dagen zijn we op een westerse manier aan het werk gegaan. Jongens er tegen aan, morgen moet eerst die waterput draaien. Kom op… schilderen die school, aan de slag met het speelveld,  schommelhaken vastmaken, speeltoestellen maken. Maar……….hardlopers zijn doodlopers, we lopen iedere keer tegen allerlei problemen aan. Wat bij ons volstrekt normaal is, dat is hier een absolute zegening, een gift van God. Dat de juiste boor er is, dat je de accuboormachine kunt opladen, dat je de juiste kleuren verf hebt, dat je het hout kunt zagen, dat het hout er is enz. Het ergste van alles, met de waterput zitten we op een absoluut dood spoort. Het team heeft alles geprobeerd om het voor elkaar te krijgen, maar de geboorde schacht is te ver ingestort om het nog met primitieve middelen voor elkaar te krijgen.

Met man en macht proberen we de problemen en probleempjes op te lossen, maar Bernadette leert ons: “bidt, gebruik je gezonde verstand en vertrouw op God”. “De mens wikt, God beschikt” dat zeiden onze ouders en grootouders vroeger ook, zijn we dat vergeten?

Als we het even niet meer zien zitten met het werk, dan gaan we naar het schooltje. Kijk je in zo’n klaslokaal, of ga je op je hurken naast ze zitten als ze gaan eten dan smelt je. Iedereen in het expeditieteam voelt hier het zelfde, hier doe je het voor. De kinderen lachen, ze krijgen eten, ze krijgen kleren, ze krijgen les op school. Als ze voor je zingen dan doen ze dat extra luid en je lacht terwijl je een klein traantje wegpinkt.

Op zaterdag zijn we naar Mocuba naar de markt geweest, onvoorstelbaar wat een stad, onvoorstelbaar wat voor armoede je ziet, maar de mensen blijven lachen, blijven optimistisch.

Onderweg zijn we naar ds. Guus Vos geweest, een kennis van Bernadette die hier voor de Christelijk Gereformeerde kerk pastors opleid. Bij ds. Vos staat nog een container en Bernadette heeft afgelopen vrijdag gehoord dat daar nog timmermansspullen van een Duitser in staan die we mogen gebruiken. Toeval? Nee, gebed verhoord!! Ongelofelijk, cirkelzagen, sterke boormachine, speedboren, en nog kisten vol met gereedschappen.

Ondertussen is het op het terrein voor de expeditieleden ook een leerproces, het is enorm droog en er is zeer weinig water. Iedereen mag hooguit twee maal per week “douchen”, dat betekent dat je één emmer water mag gebruiken. Klein toiletbezoek betekent geen water gebruiken, groot bezoek (in een hokje boven een soort septic tank) mag met een kwart liter. WC papier in een emmertje, afval dagelijks verbranden, plastic zakjes bewaren, al het eten wat er is opeten, dus de volgende dag verwerken in de maaltijd. Water drinken, hooguit twee maal in de week een flesje cola, het weinige beleg dun op je brood.

Tot onze verbazing zijn we na een paar dagen al een beetje gewend aan dit leven en er is binnen de groep geen gezeur over.

Er wordt zelfs ’s morgens gevraagd of er al citroengras is geplukt voor de thee.

Morgen is het zondag, in een plaatselijke kerk gaan we zingen en spelen, enkelen van ons moeten een woordje doen, spannend. Daarna naar ds. Vos en zijn familie, daar zijn we te gast. En dan maandag weer aan het werk met de nieuwe gereedschappen en materialen, als God het wil.

 

Naar de kerk in Mozambique 

Tijdens de zondagen gaan we steeds naar een andere kerk, dicht in de buurt van het terrein van Bernadette. Voor haar werk is een goed contact met de plaatselijke kerken en de daaraan verbonden dominees pastors en evangelisten van groot belang. Het is leuk om te zien dat we in elk van de kerken wel een personeelslid van haar tegenkomen. Afgelopen zondag zijn we naar een kerkje geweest zo’n tien minuten lopen vanaf het terrein. Deze kerk is zoals de meeste Mozambiquaanse kerken gevormd rond een groep mensen met de zelfde taal, in dit geval “Longwe”. Sinds enkele jaren is er voor deze mensen, die vaak weinig Portugees spreken, een vertaling van het nieuwe testament beschikbaar. Moeilijkheid is dat de mensen, als ze al kunnen lezen, die vertaling slecht kunnen lezen omdat de woorden fonetisch zijn opgeschreven. Vergelijk het maar met de vertaling van de Bijbel in het Spakenburgs, wil je die goed lezen dan moet je eerst de fonetische “code” een beetje begrijpen.

Slechts enkele mensen hebben daarom een Bijbeltje in het Lonwe en ook alleen maar het nieuwe testament dus horen de meeste mensen de Bijbelverhalen in de kerk.

Van ons werd dan ook verwacht dat we een Bijbelverhaal vertellen en het daarna ook uitleggen. Afgelopen zondag heeft Ester van de Vuurst dat gedaan met het verhaal van Jozef. Fantastisch om te zien dat de mensen ademloos luisteren en ombekommerd lachen om de wendingen in het verhaal. Als vertelt wordt dat de broers rillend van angst luisteren naar de “boze” onderkoning klinkt luid gelach door de kerk, de wegen van de Here zijn wonderbaarlijk. De dienst van afgelopen zondag duurde wel erg lang omdat het Engels van Ester door Bernadette in het Portugees werden vertaald en daarna door een broeder in het Lonwe. De Bijbelverhalen worden vaak wel goed begrepen omdat de mensen nog dicht bij de natuur staan en afhankelijk zijn van de seizoenen. Een drooggevallen waterput, waar hebben we dat meer gehoord? Jozef werd er door zijn broers in gegooid. Een aantal dagreizen ver, dat kennen ze in Mozambique ook, de vroege en de late regen, afhankelijk zijn van de seizoenen, het bewaken van je tuin tegen ongedierte en rovers en noem maar op.

Het zingen gebeurt onder aanvoering van een voorzanger, hij zet in en langzamerhand wordt de melodie opgepikt door de kerkgangers. Aan het eind van de versregel zingt hij versneld de eerste woorden van de volgende regel zodat de gemeente kan volgen in tekst en melodie. Na enkele regels begint de zang twee- en driestemmig te worden en komen de specifieke klanken van de vrouwen- en de mannenstemmen naar voren, doordat de vrouwen en de mannen gescheiden zitten, links en rechts van het middenpad ontstaat een mooi soort stereo. Het is allemaal niet perfect maar iedereen lacht en respecteert elkaar.

Het kerkje is gebouwd van bakstenen en bedekt met een dak van gras. Op de vloer zijn bankjes gemaakt van beton en voor in de kerk is een soort tafel gemaakt van zand en cement.

Waarschijnlijk loopt de dienst heel anders dan normaal, juist omdat wij er zijn. Een heel belangrijk gedeelte is in ieder geval het voorstellen van elkaar. Iedereen moet vooraan in de kerk zijn naam noemen. Vooral de gezinnen vinden ze erg interessant en helemaal populair zijn de jongens van Klaas en Margré, Thomas, Luc en Daan. Hun namen worden in de kerk zachtjes en met instemmend hoofdgeknik herhaald, “Thomas, Lucas en Daniël, names from the Bible”. Daarna is de pastor aan de beurt samen met de ouderlingen en de diaken, ook hun vrouwen worden voorgesteld. Als laatste worden een drietal mannen naar voren geroepen, ook zij vertellen kort hun verhaal, ze zijn hier voor korte tijd en zoeken in deze gemeente onderdak, van één van hen begrijpen we dat hij hier tijdelijk in omgeving werkt. De dienst verloopt verder buitengewoon eerbieding en we herkennen veel van wat we thuis ook gewend zijn. Er wordt avondmaal gevierd dat buitengewoon goed voorbereid wordt door het onderwijs uit de Bijbel daarover, en als het fel rood en groen gekleurde poppenhuisservies met ongerezen brood en limonade rondgaat wordt bij ons de sfeer van eerbied en ontzag niet gebroken.

Aan het eind van de dienst is er nog een speciale ceremonie, Bernadette moet gaan staan en een rij zingende en dansende gemeenteleden komt langzaam naar voren. Vooraan in de stoet een vrouw met in haar handen een in doeken gewikkelde schaal. Er wordt voortdurend een tekst herhaald, waarvan we later weten dat het zoiets is als “Dit geven we aan u, u was onze gast, wij ontvangen u in ons huis, dit geven we aan u vanuit ons hart etc. etc.” Als gast wordt je normaal gesproken in hun huis ontvangen met eten en drinken, maar als je zelf niets hebt en er komen 25 personen? Dan geef je gewoon weg wat je hebt, in dit geval 30 eieren.

Als we de kerk verlaten komt de hele gemeente achter ons aan om ons te begeleiden de “straat” uit, dansend en klappend begeleiden ze ons door de buurt, hier komt Psalm 149 tot leven “Laten zij dansend zijn naam loven, bij lier en tamboerijn voor Hem zingen”. De mensen komen links en rechts van het zandpad uit hun hutjes en zelfs vanuit de “stegen” komen ze aan lopen, jaloers kijken ze naar zoveel blijdschap en levenslust. Aan het eind van de stoffige weg blijven ze staan, zwaaiend en roepend, “daarboven zien we jullie misschien weer terug”.

De rest van de week hebben we weer keihard gewerkt om de aangepakte klussen gedaan te krijgen. Er is een nieuw dagprogramma ontworpen omdat we het anders met de hitte niet vol gaan houden. Zes uur opstaan, half zeven ontbijten en dan zeven uur aan het werk. Pauze om tien uur en dan om twaalf uur middageten met aansluitend siësta tot twee uur. Daarna door tot half zes, zes uur eten en daarna zo rond een uur of acht naar bed. We zijn zeer spaarzaam met werkonderbrekingen omdat we Bernadette niet met half afgewerkte zaken willen laten zitten., toch hebben we tijd gevonden om iets op te snuiven van het normale leven hier. Een groepje wil een ziekenhuisje bezoeken, een aantal mensen willen naar een school en een grote groep wil wel eens binnen in zo’n hutje kijken. Je loopt er altijd langs, maar hoe ziet dat er eigenlijk van binnen uit? Zo komt het dat we de siësta inruilen voor een bezoekje aan het huis van Marilla de moeder van David (je weet wel dat jongetje dat geopereerd werd aan zijn scheve voeten). Lachend lopen we achter haar aan de zandweg af, een kilometer verder links-af langs steeds kleinere weggetjes. Van ver zien we al dat voor één van de hutjes een blank kindje zit, een albinootje, bij dat hutje moeten we zijn het blijkt dat het kind een flinke ontwikkelingsachterstand heeft want de driejarige reageert nauwelijks. De blanke huid zit vol lelijke brandplekken, veroorzaakt door de ongenadige zon. Het verhaal? het is de dochter van een zoon van Marilla, zijn schoonmoeder wil het kind vermoorden omdat ze er zeker van is dat er een vloek rust op het kind, alleen bij Marilla is het veilig. Het interieur van het hutje is éénvoudig, vier kamers met een lemen vloer, binnen kunnen we nauwelijks een hand voor ogen zien maar struikelen kun je toch niet… er is niets. Eén van de kamers is voorraadkamer, daar ligt wat maniok en er staat een schaal maïsmeel. De kamer direct achter de voordeur is de “living” , een met leem aangestampte vloer met verder niets. De twee andere kamers zijn slaapkamers, een bamboe matje en wat vodden er naast, slaapt Marilla daar? Ja, met een dochter met drie kinderen, die tijdelijk inwoont, en haar eigen zoon David. Het andere kamertje is voor tweede dochter met vijf kinderen, die dochter heeft aids en over een tijdje zijn die kinderen ook wees. Welke kinderen? er gaat een schok door de groep, die? en die? ongelofelijk, hun moeder staart dof voor zich uit en de sfeer in de groep is nu voorgoed omgeslagen, verschillende mensen kunnen hun tranen nauwelijks bedwingen. “Niet huilen” wordt er gefluisterd, “wat moet die vrouw wel niet denken”. Loes en Bernadette komen aangelopen uit de “steeg”, ze hebben gebeden met een stervende vrouw en haar familie. Voordat we weggaan vraagt Marilla of we voor haar, en haar familie in nood, willen bidden iedereen staat om de vrouw heen, een meute kinderen rondom, en één van ons spreekt met gebroken stem een eenvoudig gebed uit. Daarna loopt Marilla samen met een paar oudere kleinkinderen met ons mee en ze zingt en straalt van blijdschap: “Jezus dank U voor de Barmhartige Samaritanen, bedankt voor de barmhartige Samaritanen”. Hoe kan ze dit nog doen? nu breken overal de tranen door en als een rouwstoet gaan we terug naar het terrein van Bernadette. Iedereen is lang stil, er wordt ’s avonds in stilte gegeten en iedereen gaat vroeg naar bed. 

 

Expeditie Mozambique weer thuis 

Het verslag van vorige week eindigde met het droevige verhaal van het bezoek aan het armoedige huisje van Marilha. Dit verhaal heeft een staartje gekregen. Het bleek dat de vrouw, na haar gewone werk, bezig was met het maken van bakstenen om een groter huis te kunnen bouwen, zodat ze ook in de toekomst haar kinderen en kleinkinderen onderdak kan bieden. Iemand in de groep kwam op het idee om met elkaar geld te geven zodat ze een groter huis zou kunnen bouwen, dat bleek een goed idee want binnen vijf minuten lag al het geld voor de nieuwe woning bij Bernadette op de keukentafel. Diezelfde avond heeft Bernadette Marilha laten komen en haar verteld dat ze kan beginnen met de bouw. Zij betaalt dan wekelijks de rekeningen van arbeid en materiaal om te voorkomen dat de geldstroom de “verkeerde” kant op gaat. Als familieleden namelijk weten dat iemand geld heeft dan komen ze dat, bijvoorbeeld in geval van ziekte, natuurlijk vragen en dan kan de gesteunde persoon niet weigeren, maar op die manier komt er natuurlijk nooit iets structureel van de grond. Bernadette weet hoe het werkt, weet wat kansrijke projecten zijn en ze kan deze ter plaatse langdurig volgen. Er gebeurden nog een paar mooie dingen naar aanleiding van het bezoek aan Marilha. Willemijn was bijzonder begaan met het albino kindje van drie jaar, en samen met Mischa heeft ze besloten om dit kind voor langere tijd te “volgen”. Ze zorgt voor kleertjes, zonnebrandcrème, schoentjes en alles wat een kind maar kan nodig hebben en ze zorgt dat de spullen naar Mocuba gaan. Ook Ewout en Jenny hebben één van de kleinkinderen van Marilha, waarvan de moeder nu het eindstadium van aids heeft, onder hun bijzondere hoede genomen. Druppels op een gloeiende plaat? Misschien wel, maar ook een voorbeeld van de manier van werken van Bernadette, doelgericht, effectief en kleinschalig.

 

Dat het werk van de expeditie is afgerond kun je eigenlijk niet zeggen, wel is alles wat we wilden doen af gekomen, behalve natuurlijk de waterput. De waterput blijft een punt van zorg, maar het werk is niet helemaal voor niets geweest, er komt nu voldoende water boven om cement en beton te kunnen maken voor de bouw van het gezondheidscentrum en dat water hoeft niet meer onttrokken te worden aan de oude put. Voor de zekerheid is de hele pompinstallatie met bijbehorend schakel- en leidingwerk kant en klaar gemaakt, zodat bij een eventuele latere technische ingreep aan de put, de installatie direct in werking kan worden gesteld.

Het werk dat het meest in het oog springt is het speelterrein voor de kinderen. Onder leiding van Mischa de Graaf en Klaas van de Geest zijn twee speeltoestellen gemaakt, een grote in de vorm van een piratenschip en een kleinere met een twee “torens’ met een touwbrug en een glijbaan. In de speeltoestellen zijn allerlei uitdagende “trappetjes” verwerkt, soms met een leuning en soms met een touw met grote knopen. Naast de speeltoestellen is een groot stuk terrein geëgaliseerd om te dienen als voetbalveld en er zijn doelen gemaakt. Naast het voetbalveldje hebben we een basketbalveld gemaakt met een betonnen vloer (dank zij de put). Aan de betonnen vloer is door een team van jongens en meisjes gewerkt, het betonwerk werd voor een groot gedeelte gedaan de Bastiaan Heinen en Robert Koelewijn (van Jan Beton

Nadat we zoveel ellende hadden gezien vroegen sommige expeditieleden zich wel af of het maken van spelvoorzieningen hier wel de juiste prioriteit is. Maar Bernadette is er van overtuigd dat kinderen moeten spelen, ze moeten helemaal kind kunnen zijn, genieten van kleuren, vormen en beweging en daardoor vaardigheden ontwikkelen. Ze liet ons zien dat sommige kinderen verdoofd en apathisch voor hun hut zitten, achter in hun ontwikkeling, zonder (leerzaam) speelgoed en zonder een spoortje van kinderlijke blijheid. Vergelijk je hun situatie met een Nederlands kind dan zie je al snel de verschillen. In Nederland heeft een baby vaak al gekleurde vormpjes boven de wieg hangen, later als kind zijn er blokjes, vormen en kleine puzzels, kinderen gaan daar direct mee aan de slag en ontwikkelen zo al heel vroeg vaardigheden voor later.

Een grote ploeg onder leiding van Hanneke van Enk en Hanneke van den Geest is bezig geweest met het lakken en schilderen van al het houtwerk op het terrein. Alle deuren en kozijnen van het huis, het gebouw voor volwassenen educatie, de bibliotheek en alle deuren en kozijnen van het gezondheidscentrum die op dat moment klaar waren zijn gelakt. Natuurlijk zijn ook de spelvoorzieningen van een mooie kleur voorzien. Een andere groep was in en rond de school bezig met de educatieve voorstellingen.

 

Margré en Weidy hebben zich bezig gehouden met de borduur- en naailessen aan de volwassen vrouwen. Hierbij grepen ze dankbaar terug op de technieken die ze bij de bekende juffrouw ter Haar hadden geleerd. Steeds meer vrouwen bleven, ook buiten de officiële lesuren, terugkomen. Doordat ze een hele grove motoriek hebben is zelfs in een rechte lijn naaien (met een hand-aangedreven Singer) zeer moeilijk, daarbij hebben ze tijdens de lessen ze hun kind op de rug of aan hun borst, een kind dat soms zeurt en ze over de rug nat piest, Weidy en Margré gingen daarom regelmatig even buiten de deur een hap frisse lucht nemen. Op het schooltje werden dagelijks muziek en zanglessen gegeven door Tine, Heleen en Willemijn gaven dans en bewegingslessen en Irene heeft een sport- en speldag georganiseerd. De kinderen genoten van de lessen en de sportdag en de onderwijzeressen hebben veel ideeën kunnen opdoen.

 

Van de voetbalvereniging Eemdijk hebben we groene shirts meegekregen met de naam van de sponsor. De eerste kerk waar we zijn geweest heeft een kerkteam en dat team hebben we in het groen gestoken. Op de laatste zaterdag hebben we tegen deze ploeg gespeeld. De wedstrijd werd een enorm spektakel, het leek wel of de halve stad was uitgelopen, wat een publiek. Een grote lange Mozambiquaan  liep langs de lijn te zwiepen met een enorme bamboe stok om de mensen binnen de (denkbeeldige) lijnen te houden. Het expeditieteam was opgesteld met een gemengd team van jongens en meisjes. Na de eerste drie vernederende doelpunten scoorde onze kok Jan Willem de eerste punt. Met zijn shirt voor zijn gezicht rende hij over het veld, een vlakte van zand en scherpe stenen, en zelfs dominee Silva van het kerkteam juichte mee, de hele expeditie sprong boven op Jan Willem. Het kerkteam had jongens opgesteld die in de gloeiende hitte nog niet met een fiets waren bij te houden, alleen Ester Koelewijn en Joanne kwamen qua snelheid een beetje in de buurt, maar toen het eindsignaal klonk dropen we met een 3 – 5 nederlaag af. Bij de kerk werd nog een foto gemaakt en de dominee begon groenten uit zijn tuin te trekken om ons mee te geven. Stop, stop schreeuwden we genoeg!!! Anders had hij zijn hele moestuin leeg getrokken.

 

 Afscheid

Het afscheid van Bernadette en het personeel was bijzonder indrukwekkend Bernadette, de kookvrouwen van de school en Jan Willem hadden een maaltijd gemaakt en op de laatste zaterdag begon op het middaguur de maaltijd. Vooraf kwamen alle personeelsleden van Bernadette in “uniform” zingend aanlopen met een symbolisch cadeau, dat aan Loes werd aangeboden. Een mand eieren en een levende kip. Daarna begon de maaltijd, wij hadden afgesproken om pas op te staan nadat de laatste Mozambiquaan zijn of haar bord vol had. Stapels voedsel gingen er op hun borden, voedsel wat ze misschien eens in de twee jaar krijgen. Daarna waren wij aan de beurt. Weidy zat op een kip te kluiven die volgens haar al drie jaar door de tuin had gerend want met geen mogelijkheid kon ze het vlees van het bot krijgen. Stiekem zette ze haar bord weg. Toen ze haar bord weer wilde pakken was die weg en de Mozambiquaanse vrouwen gierden van het lachen. Eén van de vrouwen zat haar kluif op te eten, helemaal schoon en toen ze goed keek zat een ander tegenover haar, de botjes stuk voor stuk op te eten, wat een lekkernij! Na het eten hebben Bietje en Grietje in Spakenburgse dracht cadeaus aan de mensen uitgedeeld terwijl alles door Bernadette werd vertaald (zij kan inmiddels beter Spakenburgs dan Nederlands).

Bernadette sprak later haar dankbaarheid uit voor het werk dat door de expeditieleden is verricht, “wat jullie gedaan hebben had ik hier anders nooit voor elkaar gekregen”. Ook was ze zeer tevreden over de sfeer en de inzet, “jullie hebben 110 weeskinderen een fantastische tijd bezorgd, dingen gemaakt, lessen verzorgd en dat zal de levens van deze kinderen blijvend veranderen”. Ook bedankte zij iedereen in onze dorpen voor de hulp en de steun, waardoor de expeditie mogelijk werd. “Ik hoop dat jullie samen met je dorpsgenoten de stichting Red de weeskinderen ook in de toekomst blijft steunen, zodat het dankbare werk voor de weeskinderen kan doorgaan”.